Excel Whk premies+parameters alle jaren

Dit Excel toont alle Whk premies (WGA en ZW) + de parameters vanaf 2013. Voor de analisten is dit wel interessant om eens te beoordelen lijkt me.

Wat als eerste opvalt is de enorme stijging van het gemiddelde loon. In de afgelopen jaren steeg dat jaarlijks met +/- 800,-. In 2024 en 2025 week dat al af met resp. 1500 en 1900 maar 2026 spant de kroon: 3700,-!!

Dit is eigenlijk een gunstige factor voor MKB Nederland: Als de loonsommen binnen het bedrijf langzamer groeien dan de gemiddelde loonsom dan wordt je minder zwaar ‘belast’ door de toerekening van WGA- en ZW-uitkeringen.

Nog iets wat opvalt: Op de onderste regels heb ik eens alle percentages bij elkaar opgeteld. Beetje vreemd maar het geeft mijn inziens wel de conclusie dat het UWV geld tekort komt en op deze manier de Werkhervattingskas van 2026 toch weer wat probeert te spekken. Alle percentage van de WGA en ZW samen zaten namelijk alle jaren zo rond de 100%. In 2026 is dat 128,19%!!

IVA-uitkering met terugwerkende kracht

Onder verwijzing naar een artikel van SV Land op LinkedIn willen wij enige context geven aan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 08 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:17.

Algemeen

Bij de aangevallen uitspraak van 20 april 2023 heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, behoudens voor zover daarbij het besluit van 21 juni 2021 is herroepen. Voorts heeft de rechtbank bepaald dat ex-werkneemster recht heeft op een IVA-uitkering vanaf 17 februari 2017 en dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit. Kort voor deze uitspraak heeft de CRvB haar zienswijze m.b.t. de terugwerkende kracht in relatie tot artikel 64 lid 11 en lid 12 WIA herhaald in de uitspraak van 17 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:959. De Rechtbank is bewust afgeweken van deze ter zitting bekende uitspraak. Het UWV heeft vervolgens hoger beroep aangetekend tegen deze uitspraak.

De behandeling ter zitting is meermaals geannuleerd omdat de Raad eerst een uitspraak van de Hoge Raad in een voor deze zaak relevante uitspraak wilde afwachten. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 april 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:726) naar aanleiding van de Conclusie van de AG de Bock (ECLI:NL:CRVB:2023:2086) geeft, anders dan de eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in deze, een ander beeld m.b.t. de beoordeling van de bijzondere gevallen’’ zoals bedoeld in artikel 64 lid 11 WIA. E.e.a. nog los van het moreel en ethische als het gaat om het niet nakomen van zelf geïnitieerde verplichtingen en het voor de eigen wanprestatie verschuilen achter een zeer rigide interpretatie van een in de wet geformuleerde omstandigheid.

Behandeling

De uitspraak geeft zoals bekend slechts een beperkt beeld van wat aan de uitspraak vooraf is gegaan. Middels een aanvullend verweerschrift hebben wij uitgebreid gemotiveerd waarom de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 april 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:726) naar aanleiding van de Conclusie van de AG de Bock (ECLI:NL:CRVB:2023:2086) gevolgen dient te hebben voor de zienswijze van de Raad zoals verwoord in ECLI:NL:CRVB:2023:959.

Het had voor de hand gelegen dat de zaak door een meervoudige kamer werd behandeld. Het feit dat het is behandeld door een enkelvoudige kamer geeft voor een deel al aan dat de Raad sowieso niet voornemens was om de door haar eerder ingezette lijn tegen het licht te houden. Vermeldenswaard is dat het juist de Raad was die geplande zittingen heeft geannuleerd omdat zij de conclusie van de AG bij de Hoge Raad en de uitspraak van de Raad wilden afwachten, omdat die van invloed zou kunnen zijn op de onderhavige zaak. Uit de uitspraak blijkt samen met hetgeen ter zitting is verhandeld dat de Raad a priori niet de intentie heeft gehad om van haar vaste lijn af te wijken, ondanks de conclusie van de AG en de uitspraak van de Raad in zaak ECLI:NL:CRVB:2023:959. De motivering van deze uitspraak is om die reden mager en kan ons inziens de uitspraak niet dragen. Opvallend daarbij is dat de Raad nauwelijks in haar motivering ingaat op de Conclusie van de AG de Bock (ECLI:NL:CRVB:2023:2086) en de zienswijze van de Raad zoals verwoord in ECLI:NL:CRVB:2023:959

Conclusie

Deze uitspraak laat duidelijk zien dat de Raad op geen enkele wijze voornemens was op om haar vaste lijn m.b.t. de beperking van de terugwerkende kracht terug te komen. Een trieste en ongemotiveerde uitspraak waarbij de conclusie van de AG moedwillig terzijde is gelegd en niet inhoudelijk is betrokken bij de uitspraak in zaak ECLI:NL:CRVB:2025:17. Het evenredigheidsbeginsel is hiermee m.b.t. artikel 64 lid 11 WIA ten grave gedragen.

IVA-uitkering aangaande Long-COVID

In diverse uitspraken van de rechtbank is de IVA_uitkering toegekend. Onder ander uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2024:2959 en ECLI:NL:RBMNE:2024:822.

Nu heeft ook een verzekeringsarts B&B beredeneerd dat een meer dan geringe kans op herstel niet goed te onderbouwen is. Wij delen graag de overwegingen van deze verzekeringsarts (zie hieronder).

Let wel: Dit was een complex ziektebeeld waarbij sprake was van een aantal aandoeningen en tevens was de werknemer al 100% arbeidsongeschikt. Onder de 80% AO is enkel de duurzaamheidstoets niet voldoende voor het behalen van een IVA-uitkering.

Overwegingen ten aanzien van de duurzaamheid

Arbeidsbeperkingen worden duurzaam genoemd als verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten of niet of nauwelijks te verwachten is. Bij de vraag of sprake is van duurzaamheid gaat het om de inschatting van toekomstige ontwikkelingen van de arbeidsbeperkingen. De inschatting van de kans op herstel in het eerste jaar en daarna dient te berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij wn aan de orde zijn. In het geval de inschatting van de kans op herstel berust op een (ingezette) medische behandeling is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor wn. De VA heeft aangegeven dat beperkingen die het gevolg zijn van long covid niet duurzaam hoeven te zijn; wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte en de gevolgen ervan voor de belastbaarheid zijn nog gaande, resultaten kunnen niet op korte termijn worden verwacht. Deze motivering acht ik niet toereikend om geen duurzaamheid aan te nemen.

Ten behoeve van de oordeelsvorming dient het volgende stappenplan te worden doorlopen.

1. Is sprake van een progressief of stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden?

Hoewel niet ter discussie staat dat wn diverse fysieke en mentale aandoeningen heeft zijn de meeste en meest forse beperkingen toe te schrijven aan post covid. Mijn verdere heroverweging zal zich daarom richten op dit ziektebeeld.

Bij wn is sprake van een gevarieerd klachtencomplex inkaderend binnen het post covid syndroom. Dit is een stabiel ziektebeeld met behandelmogelijkheden zoals fysiotherapie en ergotherapie in het kader van ‘covid herstelzorg’, strikte opvolging van leefstijladviezen (zoals het hanteren van een strak dag-nachtritme zonder slapen overdag en het nemen van voldoende nachtrust) en dieetadviezen ten behoeve van herstel van conditie en spierkracht, en vermindering van moeheid. Dergelijke behandelingen worden bij voorkeur ingebed in een multidisciplinair revalidatietraject. Behandeling door de ergo- en fysiotherapeut is noodzakelijk om te herstellen van de moeheid.

2. Wat is de verwachting t.a.v. verbetering van de belastbaarheid in resp. na het komende jaar?

Net als bij de einde wachttijd beoordeling in juli 2022 is door de VA de prognose van de belastbaarheid als gunstig ingeschat. Bij herbeoordelingen geldt een verzwaarde motiveringsplicht om niet-duurzaamheid aan te nemen. Ik stel vast dat de VA in het tijdvak medio 2022 tot medio 2024 een ongewijzigde belastbaarheid heeft aangenomen. Deze conclusie is al als vingerwijzing te beschouwen naar duurzaamheid van de beperkingen (een toename van de belastbaarheid is immers niet opgetreden). Dit terwijl wn wel de gebruikelijke covid herstelzorg van fysio- en ergotherapie heeft ontvangen en bij de diëtist is geweest, alles zonder duidelijke positief effecten op zijn belastbaarheid.

Ik deel de visie van werkgever dat uitzicht op een reële inzetbaarheid in arbeid niet goed te motiveren valt. Uit de literatuur is gebleken dat er in de praktijk vele patiënten zijn die ondanks multidisciplinaire revalidatie en met adequate psychologische ondersteuning niet opknappen.

Sterker nog, een deel van de patiënten (die met post-exertionele malaise, waarvan wn ook last heeft) verslechtert hier zelfs door, en opbouwende oefeningen worden nadrukkelijk afgeraden door richtlijnen bij longcovid en aanverwante postinfectieuze syndromen. In het specifieke geval van wn valt aan te nemen dat hij te weinig belastbaar is voor revalidatie. Of inzet van een psycholoog voor het aanleren en in de praktijk brengen van een effectievere coping de fysieke belastbaarheid zal verbeteren vind ik speculatief, althans niet goed te onderbouwen. Er is en blijft sprake van een uit de postcovid volgende inspanningsintolerantie die secundair – door het onvermogen zich veilig in te spannen – tot conditieverlies leidt. Ik concludeer dat er voldoende argumenten zijn om van duurzaamheid uit te gaan.

Uitleg onterechte toerekening voorschotten voor publiek verzekerden

Wij zijn van mening dat uitbetaalde voorschotten die vooraf gaan aan een WGA beschikking niet toegerekend mogen worden in de beschikking gedifferentieerd premiepercentage Werkhervattingskas.

Voorbeeld 1

UWV beschikt per 04 januari 2022 toekenning Voorschot per 24 januari 2022 á € 3.224,87 per maand.

UWV beschikt per 05 augustus 2022 toekenning WGA-uitkering per 24 januari 2022 á € 3.445,21 pm.

UWV heeft onderstaande voorschotten per 23e van elke maand betaald:

februari  4.104,38(inclusief deel van januari)
maart  3.224,87 
april  3.224,87 
mei  3.224,87 
vaktoeslag  1.102,32 
juni  3.224,87 
juli  3.283,20(halfjaarlijkse indexering)
Totaal21.389,38 

Pas op 05 augustus 2022 wordt het recht op de WGA-loongerelateerde uitkering vastgesteld. De bedragen (inclusief nabetalingen met de reeds betaalde voorschotten) die na deze datum betaald worden aan de (ex-)werknemer mogen toegerekend worden aan de werkgever middels de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas.

Per 23e van de maand vanaf augustus worden in 2022 de volgende bedragen betaald:

augustus  3.710,78(inclusief nabetaling vanaf 24 januari 2022)
september  3.273.69 
oktober  3.273.69 
november3.273.69 
december  3.273.69(halfjaarlijkse indexering)
Totaal16.805,54 

Het betaalde bedrag is € 38.194,92 en zal vermeld worden op de instroomlijst die ten grondslag ligt aan de Beschikking gedifferentieerd premiepercentage Werkhervattingskas van 2024. Dit verhoogt het WGA-percentage met (naar verwachting) 0,05%. Bij een geschatte loonsom in 2024 van 10 mln zal de werkgever € 50.000,- extra Whk premie moeten afdragen.

Wij zijn van mening dat € 16.805,54 toegerekend mag worden i.p.v. € 38.194,92. De € 16.805,54 verhoogt het WGA-percentage met (naar verwachting) 0,02%. Bij een geschatte loonsom in 2024 van 10 mln zal de werkgever hierover € 20.000,- extra Whk premie afdragen. De schade vanwege de onterechte volledige toerekening is derhalve € 30.000,-

Voorbeeld 2

UWV beschikt per 16 augustus 2021 toekenning Voorschot per 31 augustus 2021 á € 1.125,41 per maand.

UWV beschikt per 24 maart 2022 toekenning WGA-uitkering per 31 augustus 2021 á € 1.125,41 per maand.

UWV heeft onderstaande voorschotten per 23e van elke maand betaald:

september1.176,57(inclusief 31 augustus)
oktober  1.125,41 
november  1.050,38(verlaging naar 70%)
december  1.050,38 
januari  1.065,20(halfjaarlijkse indexering)
februari  1.065,20 
maart  1.065,20 
Totaal7.598,35 

Het totale bedrag aan betaalde voorschotten van september t/m december 2021 is € 4.402,74.

Op de instroomlijst van 2023 wordt € 2.993,72 toegerekend. Dit bedrag is te verklaren vanwege een verdeelsleutel met een 2e werkgever.

Wij zijn van mening dat er in 2023 in zijn geheel géén toerekening mag plaatsvinden omdat de toekenning van de WGA-uitkering pas in 2022 is afgegeven. Uiteraard mag ook in 2023 géén toerekening plaatsvinden van de betaalde voorschotten van september 2021 t/m maart 2022.

Ratio

De wijze van het verstrekken van voorschotten door het UWV is in strijd met artikel 4:95 lid 1 Awb en daarmee zijn de voorschotten niet te kwalificeren als ‘betalingen van de arbeidsongeschiktheids-uitkeringen die ten laste van het Werkhervattingskas komen’. Daarmee mogen – en kunnen – deze voorschotten ook niet verrekend worden met het later vastgesteld recht o.g.v. artikel 4:95 lid 4 Awb. Daarnaast staan de brieven van 30-08-2021 en 26-08-2022 van respectievelijk minister Koolmees en minister Van Gennip een andere wijze van verrekening (6:127 BW) in de weg.

Voor vragen kunt u terecht bij Glenn Azimullah (06-51800566) van SGA-Consultancy en Pieter van Aarle (06-40278060) van PVA-Consultancy.

Is het UWV gehouden aan de datum van een zelf geïnitieerde professionele herbeoordeling?

In de lijn met de uitspraak Rechtbank Gelderland van 30 maart 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:1532, heeft inmiddels ook de Rechtbank Noord-Holland bij uitspraak van 20 april 2023 in een identieke casus de datum voor de ingang van de volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid overeenkomstig vastgesteld. Dat betekent dat de toepassing van artikel 64 lid 11 WIA achterwege wordt gelaten.
Ook de Rechtbank Noord-Holland heeft een beslissing op bezwaar waarbij artikel 64 lid 11 door het UWV werd toegepast vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en gebrekkige motivering en het UWV opgedragen om een nieuwe beslissing te nemen. Tegen deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland heeft het UWV inmiddels hoger beroep aangetekend.
Naar aanleiding van een tussenuitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant heeft het UWV een gewijzigde beslissing genomen en daarin toch artikel 64 lid 11 WIA toegepast. Een overweging uit de gewijzigde beslissing van 25 april 2023 wil ik u niet onthouden en deze luidt als volgt: ‘Wij erkennen enerzijds dat het niet fraai van ons is om uit te spreken per een bepaalde datum een medisch heronderzoek te verrichten en dat vervolgens achterwege te laten, maar anderzijds wijzen wij erop dat wij geen wettelijke verplichting hebben om dat te doen’.

Kennelijk wil het UWV met het ingestelde hoger beroep tegen de beslissing van de Rechtbank Noord-Holland bereiken dat zij niet aan de door haar eigen (verzekerings)artsen n.a.v. een medisch consult geïnitieerde professionele herbeoordeling is gehouden en werkgevers te benadelen door de correctie van een bestreden besluit niet verder terug te laten gaan dan 52 weken voor de aanvraag van een herbeoordeling door de werkgever.

Ontwikkeling toerekening ten opzichte van Whk-schade

Een ontwikkeling die het gevolg is van de aanpassingen in de berekeningsmethodiek en de jaarlijks vastgestelde percentages voor de gedifferentieerde premie Whk is dat bij grote bedrijven er een duidelijke daling van de lastendruk te zien is. In bijgevoegd overzicht is een schadefactor opgenomen die de ratio aangeeft tussen de toegerekende WGA en ZW-uitkeringen en de verhoogde Whk premieafdracht (Whk-schade).

Voor grote werkgevers (voorbeeld loonsom 7 mln.) wordt de Whk-schade de laatste jaren lager. Van 2013 t/m 2019 bleef de schadefactor voor de WGA rond de 1,40 maar deze neemt in 2020 af naar 1,17 en 2021 naar 1,12.

U kunt deze factor als volgt zien: Voor elke euro die het UWV aan de (ex-)werknemer heeft uitgekeerd draagt de grote werkgever, die geen eigenrisicodrager twee jaar later € 1,47 (2017) en € 1,12 (2021) af aan extra WGA-premie. Dus, boven op het bedrag dat aan minimale premies voor de betreffende sector is vastgesteld. De door het UWV betaalde uitkeringen worden tijdens de toerekeningsperiode van 10 jaren niet volledig aan de werkgever toegerekend:

  • De WGA loongerelateerde uitkering (LGU) wordt volledig toegerekend. De maximale duur van de loongerelateerde WGA-uitkering is 2 jaar;
  • Van de loonaanvullingsuitkering WGA (LAU) wordt maximaal 70% van het wettelijk minimumloon (WML) toegerekend, toerekeningsperiode kan maximaal 10 -/- 2 = 8 jaren zijn; en
  • Voor de loonvervolguitkering WGA (LVU)  geldt ook een toerekeningsperiode van 8 jaren en het toe te rekenen uitkeringsbedrag is afhankelijk van de uitkeringscategorie van de werknemer.

Opvallend is dat de schadefactor daalt voor de WGA als we 2020 vergelijken met 2021 en stijgt voor de ZW. Per saldo is er een lichte daling te zien van 1,18 naar 1,16.

Wat is de verwachting voor de komende jaren?

Er is een stijging in het aantal toegekende WGA-uitkeringen waar te nemen, zie onderstaand overzicht.

JaarWGA-uitkeringen
201617.000
201717.400
201819.000
201921.000

Ondanks de stijging van nieuwe instroom zien we vooralsnog een verlaging in deze Whk schadefactor. Aangenomen mag worden dat de schadefactor de komende jaren weer zal gaan stijgen. De reden daarvoor zijn o.a.:

  • Een toename van het aantal WGA-uitkeringen in de categorie 80 – 100% arbeidsongeschiktheid; en
  • Toekenning van uitkeringen zonder een medische keuring. Het aantal keuringen is als gevolg van de Corona-maatregelen in de afgelopen periode afgenomen;
  • Het tekort aan verzekeringsartsen voor de uitvoering van de medische beoordelingen.

Voorkomen van Whk schade

De Whk-schade kunt u voorkomen door o.a.:

  • Een adequate verzuimbegeleiding;
  • Ondersteuning van de (ex) medewerker in zijn of haar pogingen om d.m.v. effectieve behandeling de arbeidsongeschiktheid op te heffen of te verminderen;
  • Kritisch alle beslissingen inzake de toekenning of wijziging van een uitkering te toetsen; en
  • Het verloop van de uitkeringen jaarlijks n.a.v. bijvoorbeeld de ontvangst van de beschikking gedifferentieerde premie Whk (GDP WHK) te beoordelen.

Met behulp van de rekentool op www.whkschade.nl kunt u aan de hand van de beschikkingen gedifferentieerde premie Whk de Whk-schade berekenen.

SGA-Consultancy kan de toegerekende uitkeringen beoordelen en indien nodig alle acties in gang zetten om de toerekening voor de ZW of WGA ongedaan te maken. Dit doen we op basis van ‘no cure, no pay’.

Interesse? Neem contact op via whk@sga-consultancy.nl of bel met Glenn Azimullah (06-51800566) of Pieter van Aarle (06-40278060).

Beschikking Whk 2020 komt er aan! En nu?

Rond 1 december valt de beschikking gedifferentieerd premiepercentage Whk in de bus. Wat gaat u ermee doen?
U gaat waarschijnlijk de percentages aanleveren/opvoeren voor de salarisverwerking van 2020 en de percentages vergelijken met die van 2019. En misschien gaat u ook de instroomlijst opvragen? Bij deze een tip: Controleer ook eens de loonsommen.

Loonsommen controleren
Op de beschikking van 2020 staan de loonsommen van 2014 t/m 2018. Deze loonsommen kloppen nagenoeg altijd. Toch is het een kleine moeite om ze te controleren. Neem het jaaroverzicht van deze jaren erbij en zoek een regel met een tekst als “Totaal aanwas cumulatieve premieloon sectorfonds”.

Wijkt een loonsom af dan kunt u een bezwaar (tijdig) of een verzoek tot een ambtshalve correctie indienen bij de Belastingdienst. Dit kan bijvoorbeeld met een tekst als: “Bijgaand treft u de beschikking Whk 2020. Hierop wordt een loonsom vermeldt in het jaar [jaar] van [€ loonsom]. De loonsom over dit jaar is echter [loonsom]. Zie hiervoor het jaaroverzicht van [jaar]. Ik verzoek u de Beschikking Whk te corrigeren”
Let op! Hoe hoger de loonsommen op de beschikking hoe lager de percentages! Vraag dus enkel om een correctie als het jaaroverzicht een hogere loonsom opgeeft dan de beschikking Whk!
Als uw bedrijf gaat fuseren in 2020 met een ander bedrijf dan mag u een correctieverzoek indienen. Dit kan het percentage drastisch verlagen! Ook hier is het opletten!! Controleer eerst op de beschikking van het andere bedrijf of er uitkeringslasten worden toegerekend! Is dit het geval dan is het waarschijnlijk verstandiger om de beschikking zo te laten.
U kunt uiteraard zelf het een en ander uitzoeken door de loonsommen en/of de toerekeningen te wijzigen op de pagina Beschikking Whk 2020.