IVA-uitkering aangaande Long-COVID

In diverse uitspraken van de rechtbank is de IVA_uitkering toegekend. Onder ander uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2024:2959 en ECLI:NL:RBMNE:2024:822.

Nu heeft ook een verzekeringsarts B&B beredeneerd dat een meer dan geringe kans op herstel niet goed te onderbouwen is. Wij delen graag de overwegingen van deze verzekeringsarts (zie hieronder).

Let wel: Dit was een complex ziektebeeld waarbij sprake was van een aantal aandoeningen en tevens was de werknemer al 100% arbeidsongeschikt. Onder de 80% AO is enkel de duurzaamheidstoets niet voldoende voor het behalen van een IVA-uitkering.

Overwegingen ten aanzien van de duurzaamheid

Arbeidsbeperkingen worden duurzaam genoemd als verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten of niet of nauwelijks te verwachten is. Bij de vraag of sprake is van duurzaamheid gaat het om de inschatting van toekomstige ontwikkelingen van de arbeidsbeperkingen. De inschatting van de kans op herstel in het eerste jaar en daarna dient te berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij wn aan de orde zijn. In het geval de inschatting van de kans op herstel berust op een (ingezette) medische behandeling is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor wn. De VA heeft aangegeven dat beperkingen die het gevolg zijn van long covid niet duurzaam hoeven te zijn; wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte en de gevolgen ervan voor de belastbaarheid zijn nog gaande, resultaten kunnen niet op korte termijn worden verwacht. Deze motivering acht ik niet toereikend om geen duurzaamheid aan te nemen.

Ten behoeve van de oordeelsvorming dient het volgende stappenplan te worden doorlopen.

1. Is sprake van een progressief of stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden?

Hoewel niet ter discussie staat dat wn diverse fysieke en mentale aandoeningen heeft zijn de meeste en meest forse beperkingen toe te schrijven aan post covid. Mijn verdere heroverweging zal zich daarom richten op dit ziektebeeld.

Bij wn is sprake van een gevarieerd klachtencomplex inkaderend binnen het post covid syndroom. Dit is een stabiel ziektebeeld met behandelmogelijkheden zoals fysiotherapie en ergotherapie in het kader van ‘covid herstelzorg’, strikte opvolging van leefstijladviezen (zoals het hanteren van een strak dag-nachtritme zonder slapen overdag en het nemen van voldoende nachtrust) en dieetadviezen ten behoeve van herstel van conditie en spierkracht, en vermindering van moeheid. Dergelijke behandelingen worden bij voorkeur ingebed in een multidisciplinair revalidatietraject. Behandeling door de ergo- en fysiotherapeut is noodzakelijk om te herstellen van de moeheid.

2. Wat is de verwachting t.a.v. verbetering van de belastbaarheid in resp. na het komende jaar?

Net als bij de einde wachttijd beoordeling in juli 2022 is door de VA de prognose van de belastbaarheid als gunstig ingeschat. Bij herbeoordelingen geldt een verzwaarde motiveringsplicht om niet-duurzaamheid aan te nemen. Ik stel vast dat de VA in het tijdvak medio 2022 tot medio 2024 een ongewijzigde belastbaarheid heeft aangenomen. Deze conclusie is al als vingerwijzing te beschouwen naar duurzaamheid van de beperkingen (een toename van de belastbaarheid is immers niet opgetreden). Dit terwijl wn wel de gebruikelijke covid herstelzorg van fysio- en ergotherapie heeft ontvangen en bij de diëtist is geweest, alles zonder duidelijke positief effecten op zijn belastbaarheid.

Ik deel de visie van werkgever dat uitzicht op een reële inzetbaarheid in arbeid niet goed te motiveren valt. Uit de literatuur is gebleken dat er in de praktijk vele patiënten zijn die ondanks multidisciplinaire revalidatie en met adequate psychologische ondersteuning niet opknappen.

Sterker nog, een deel van de patiënten (die met post-exertionele malaise, waarvan wn ook last heeft) verslechtert hier zelfs door, en opbouwende oefeningen worden nadrukkelijk afgeraden door richtlijnen bij longcovid en aanverwante postinfectieuze syndromen. In het specifieke geval van wn valt aan te nemen dat hij te weinig belastbaar is voor revalidatie. Of inzet van een psycholoog voor het aanleren en in de praktijk brengen van een effectievere coping de fysieke belastbaarheid zal verbeteren vind ik speculatief, althans niet goed te onderbouwen. Er is en blijft sprake van een uit de postcovid volgende inspanningsintolerantie die secundair – door het onvermogen zich veilig in te spannen – tot conditieverlies leidt. Ik concludeer dat er voldoende argumenten zijn om van duurzaamheid uit te gaan.